zondag 7 januari 2018

en ja, het mooie Meldert kon er ook wel wat van , van het brouwen (1693) - de namen

uit Paul Kempeneers, Tienen en omgeving in 1693  Volkstellingen in het Hertogdom, deel 2. Leuven, 2012.
.

 Het bewijs dat ook de burgemeester, pastoor en onderpastoor brouwden.  17de eeuw dus, de periode dat het interieur van de kerk werd gebouwd.

Brouwers van Meldert

Net als in Hoegaarden stuurden de wethouderen der baenderije van Meldert een brief aan de koning met de medegaende liste ende declaratie met naemen ende toenaemen van de brouwers binnen de selve baenderije vaste residentie hebbende etc. De reden was dat de voorschreven brouwers, ende innegesetenen nu twee a drije achter malcanderen teenemael sijn gefourageert, ende geruineert geweest sijnde door het camperen van de legers in hunne prochie. Het antwoord kwam op 5 september 1693. Het Hof gaf toestemming, op voorwaarde dat de inwoners onder eed zouden verklaren, dat de toegestane hoeveelheden graan slechts dienden om te brouwen. Hun behoeften waren: 28 halsteren tarwe en 32 halsteren gerst.


Hierop volgden de namen van de brouwers (alfabetisch):
weduwe Hilaris Barbe,
Peeter Beckers,
Nicolas Cans,
Jan Collart,
Charle De Ciplet casteleijn van Meldert,
Herman Everaerts,
Jan Goffarts,
Rochus Goitsenoven,
den greffier van Meldert,
Joris Mareels,
den meijer van Meldert,
den molder van Meldert,
Charle Neullekens,
Jan Neuteleers,
Jeroen Perilleu,
Jacques Sauvages,
Hendrick Tritsman,
Francis Van Daelem,
Hendrick Van Nauwen,
en den heere pastoir ende onderpastoir voor hunne provisie alle ses maenden een brauwsel.


Den ondergeschreven greffier der voorschreven baenderije van Meldert verclaert onder eedt int aencomen sijnder officie, dat de voor genommineerde brauwers ende ingesetenen der selver baenderije de voorgespecificeerde quantiteijt van graenen noodich hebben alle ses weken, tot het maeken vande brauwsels hier boven vermelt, in teecken der waerheijt hebbe ick dese onderteeckent desen 2 augusti 1693. (Getekend) F. Delfant, secretaris.